Cornelis Kloos / aqualux / jaren vijftig / particuliere collectieÂ
Cornelis Kloos, sans tricotÂ
Cornelis Kloos en zijn tijd
In de manier van schilderen en door de bijzondere composities, met lichamen die vaak diagonaal het doek vulden, waren de doeken van Kloos onbetwistbaar modern. De ontwikkelingen in de kunst van na de Tweede wereldoorlog vervulden hem met afschuw. Kinderlijke kliederaars als Appel en Constant veroverden de musea en de ambachtelijke schilders raakten uit de gratie. In die tijd moet in zijn hoofd de gedachte hebben postgevat om een fantasiewereld te scheppen die alle realisme te buiten zou gaan. De wereld die hem en 'zijn' meisjes zo vertrouwd was geworden, zou hij weergeven als een paradijselijke reis om de wereld, ver van oorlog, dwingelandij en dogmatiek. Daar ligt de oorsprong van die obsessieve stapel van honderden 'aqualuxen', allemaal even merkwaardig gesitueerd in de ongerepte natuur of bij exotische tempels. De meisjes vermaken zich met schaapjes maar ook met wilde - maar ongevaarlijke - dieren. Ze zwemmen, wandelen, spelen, alsof het leven enkel uit vakantie bestond.
De voorstellingen van Kloos herinneren aan de badende naakten van Paul Cézanne (1839-1906) en de Duitse expressionist Otto Mueller (1874-1930). Sterker nog bekruipt je het gevoel dat ze vooruitlopen op de vrijgevochten sfeer die pas veel later, vanaf de jaren zeventig, zo karakteristiek zou worden voor de foto's van balletdanseresjes van David Hamilton. Ook Hamilton gaf na verloop van tijd inkijkjes in zijn binnenwereld waar tientallen meisjes ronddartelden in mooie landhuizen bij het strand of in de vrije natuur.
Hoewel Kloos ook fotografeerde, lag zijn artistieke visie in de schilderkunst. In de aqualuxen ontwikkelde hij een vlakke, grafische stijl die je ook wel vindt in de schilderijen van Félix Vallotton (1865-1925). Maar ook in dit opzicht was Kloos een voorloper. Een aantal van zijn aquarellen zou je tot de pop art rekenen, ware het niet dat ze tien jaar eerder geschilderd zijn dan vergelijkbare voorstellingen van David Hockney en Tom Wesselman.Â